Industria Rotterdam

Ondanks dat mijn interesse naar vele soorten lampen uitgaat heb ik een voorkeur voor oude industriële lampen en lampen welke vroeger beroepsmatig zijn gebruikt en dan in het bijzonder van het merk Industria Rotterdam.

Industria Rotterdam was één van de grootste fabrikanten in Nederland van scheepsverlichting, explosievrije verlichting, straatverlichting en technische verlichting en het mooie van dit merk is dat ze niet een bedrijf waren met een focus op massaproductie, maar dat het draaide om maatwerk. Hierdoor zijn er ontzettend veel bijzondere modellen van Industria Rotterdam te vinden waarbij niet altijd te zeggen is hoe en waar het gebruikt werd. Industria Rotterdam is veelal te herkennen aan het logo IR, zoals hiernaast te zien is, deze werd vaak in het glas of op het armatuur geplaatst. Los van deze wiki over Industria Rotterdam is er ook nog een pagina met armaturen van Industria Rotterdam, mocht u hier extra informatie over hebben of mocht u een oude catalogus (tijdelijk) ter beschikking willen stellen, dan hoor ik dat graag.

Een ijzersterk begin 1920-1929

De NV Maatschappij voor Metaalbewerking “Industria”  

Industria Rotterdam kende zijn oorsprong op 2 oktober 1920, toen de heren M. Cohn en J.M. Wolf de oprichtingsakte van de NV Maatschappij voor Metaalbewerking “Industria” ondertekenden. De onderneming begon in de Rotterdamse wijk Kralingen, in de Wollefoppenstraat nr 69-71. Het bedrijf noemde zich een geelkoper- en bronsgieterij. Hier hielden ze zich alleen bezig met het verwerken van metaal. Er werden rozetten, kabelklemmen, muurflenzen, scharnieren en stopbussen gegoten. 

Gezien de economische bedrijvigheid van de stad Rotterdam lag het voor de hand dat Industria Rotterdam zich ging bezighouden met toeleveringsproducten voor de scheepvaart, Industria Rotterdam maakte in de eerste jaren voornamelijk patrijspoorten en ander scheepsbeslag van koper en messing. Maar Industria Rotterdam nam elke klus aan die hun pad kruiste, het maakte niet zo veel uit wat er gemaakt moest worden.

De eerste verlichting was een looplampje voor de PTT, de postsorteerders van van de PTT Rotterdam hadden een lampje nodig dat een bundel licht gaf en waarbij het personeel toch de handen vrij had. Industria Rotterdam ontwierp een armatuur met een houten heft. Aan het uiteinde van het heft zat een metalen kapje met daarin drie gaten. Wanneer je er een lampje in draaide, schenen er drie lichtbundels uit het armatuur. Het armatuur had een haakje waarmee het ergens aan kon worden opgehangen. Dit armatuur was uitgevoerd met een bajonetaansluiting. Er zijn sindsdien vele kooilampen met het logo IR in het houten handvat geproduceerd. In deze jaren is tevens W.P. Kremer mede directielid geworden.

Industria Rotterdam is in zijn beginjaren groot geworden doordat zij een het unieke marinebrons had uitgevonden, dit naar aanleiding van de vraag van een hoge marine-officier. Meestergieter Lucas had gestaalbronsd messing uitgevonden, wat zeewaterbestendig was en vandaar de benaming marinebrons. Hierdoor onderscheiden ze zich t.o.v. de vele andere gieterijen en gingen ze zich toeleggen op de scheepvaart.  Op verzoek van de marine hadden metaalbewerkers van Industria Rotterdam een soort korf gegoten van het nieuwe materiaal. Een metalen mandje met gaten waar licht doorheen kon schijnen. De metalen korf werd geleverd voor een proefschip van de marine om de lampen op het schip te beschermen. Dit was een succesvolle proef en de aanleiding waardoor Industria Rotterdam het volledige armatuur met korf en glas mocht gaan leveren aan de marine.

De groei zet door, 1929-1945

Na het succes bij de marine stonden binnen de kortste keren particuliere scheepswerven op de stoep bij Industria Rotterdam. De Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (KPM), de Holland-Amerika-Lijn (HAL) en de Koninklijke Lloyd zouden veel scheepsverlichting van Industria Rotterdam afnemen. Voor het schip ms. Baloeran van de Koninklijke Lloyd mocht Industria Rotterdam verfijnde lampjes met chique lambriseringen ontwerpen. Het sterkste staaltje scheepsverlichting in de eerste jaren was voor het nieuwe vlaggenschip van de Holland Amerika Lijn, Nieuw Amsterdam. Deze werd gebouwd door de Rotterdamse Droogdok Maatschappij en de scheepsverlichting kwam voor rekening van Industria. De verlichting in de salon werd gemaakt van Berlijns zilver en de lampenkapjes waren van zuiver mica. De Nieuw Amsterdam werd in 1937 te water gelaten.

Na de crisis van 1929 besloot het bedrijf zich niet enkel op scheepvaartverlichting te richten en in 1932 kreeg Industria Rotterdam de opdracht de gemeentelijke straatverlichting van Rotterdam te moderniseren, deze opdracht kregen ze van het Gemeentelijke Energie Bedrijf (GEB). De tevredenheid van de Rotterdamse GEB ging als een lopend vuurtje en ze kregen vervolgens de opdracht om de straatverlichting van Amsterdam en Den Haag te vervangen. Van 1932 tot en met 1939 leverde Industria Rotterdam aan maar liefst 48 gemeenten in Nederland straatverlichting.



Daarnaast kregen ze ook een verlichtingsopdracht voor de staatsmijnen, met wat aanpassingen waren de bestaande armaturen namelijk gasdicht te maken en daardoor explosievrij.


In 1931 kocht Industria Rotterdam het bedrijf Excelsior op, de fabriek van Excelsior was aan de Ceintuurbaan gevestigd en zat in zwaar weer. Onder de vleugels van Industria Rotterdam krabbelde het bedrijf weer op. Excelsior produceerde o.a. vetpompen, vetnippels  en andere kleine vetsmeerproducten.

Eén van de redenen voor de overname van dit bedrijf was de overtuiging dat de restproducten van Industria Rotterdam goed gebruikt konden worden bij Excelsior, hoewel dit initiatief zijn tijd ver vooruit was bleek dit in de praktijk niet tot een vermindering van het afval.

In 1935 verhuisde Industria Rotterdam naar de Ceintuurbaan 66, in Rotterdam-Noord. Industria Rotterdam was toentertijd bezig een reputatie op te bouwen in de specialistische en technische verlichting. De groei vanaf de verhuizing in 1935 was enorm, in 1935 werkte er al meer dan 400 werknemers.
Het was vooral de specialistische markt waar Industria Rotterdam haar voorspoed aan te danken had. Industria Rotterdam heeft niet gekozen voor massale productie, zoals bij Philips in die tijd, maar voor vakmanschap op maat.

De Maastunnel was de eerste tunnel welke Industria Rotterdam mocht verlichten, speciaal voor deze tunnel had Philips natriumlampen ontwikkeld voor de armaturen van Industria Rotterdam. Op 14 februari 1942 ging de maastunnel open. 


In mei 1940 begon het drama van de Tweede Wereldoorlog. De investeerder Cohn was een jood en moest daardoor zijn bezittingen verkopen, dit deed hij aan de families Goossens en Castendijk. Ook het joodse directielid Jozef Wolf moest terugtreden uit de directie. Cohn en Wolf hadden samen met Kremer het bedrijf groot gemaakt, maar moesten zich door de Tweede Wereldoorlog uit het bedrijf terugtrekken. In de Tweede Wereldoorlog moest er scheepsverlichting geproduceerd worden voor de Duitse bezetters. Er werden projecten voor de Wehrmacht en de Kriegsmarine aangenomen. Industria Rotterdam mocht in de oorlog wel het Maastunnel project afmaken van de Duitsers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft Industria Rotterdam ook een verduisteringslamp geproduceerd.

In 1944 werden veel machines uit de fabriek gehaald en naar Duitsland gevoerd, ook werden er veel jongens en mannen tijdens de grote Rotterdamse razzia in november 1944 opgepakt.
Na de bevrijding bleek dat veel werknemers de oorlog overleefd hadden en ook een deel van het machinepark keerde terug. Doordat er in de oorlogsjaren veel messing, koper en nikkel voor de Duitsers verborgen was gehouden, kwam de productie weer snel op gang.

De wederopbouw 1945-1972

In de jaren die volgden is er enige onrust geweest, pas vanaf 1952 werd het weer rustiger toen Jan Ouwerkerk directeur werd. Hij nam geen halve maatregelen en het bedrijf kwam in rustiger vaarwater. Vertegenwoordigers gingen ook buiten de grenzen op zoek naar opdrachten en met succes. Na de oorlog werden er op grote schaal armaturen geproduceerd voor scholen, overheidsgebouwen en kantoren. De pendels van Industria Rotterdam waren ongemeen populair bij scholen en andere openbare gebouwen.
In deze tijd produceerde Industria Rotterdam ook plafonnieres, bureaulampen, wandlampen en zelfs biljartlampen. Veel van deze lampen werden ook geëxporteerd.


Hierboven een advertentie die in de jaren 60 in vakbladen is geplaatst.

Bij buitenverlichting ging het niet om design, in tegenstelling tot bij utiliteitsverlichting. Hier moest er veel meer nagedacht worden over design, styling en mode, iets wat Industria Rotterdam niet gewend was.
Door de groei verhuisde Industria Rotterdam in 1951 naar de Rozenlaan. Hier werd steeds meer seriematig geproduceerd. Van een metaalverwerkingsbedrijf gespecialiseerd in gieten had Industria Rotterdam zich ontwikkeld tot een veelzijdig bedrijf met veel nevenactiviteiten.

In 1953 kreeg de giettechniek een nieuwe impuls met de komst van gietaluminium. Industria Rotterdam heeft het zeewaterbestendige aluminium SD-13 ontwikkeld, wat een groot succes is geworden. Op vele vlakken heeft Industria Rotterdam voor technische verlichting gezorgd, zoals voor de startbanen van Schiphol, een pompeiland van Shell, een renbaan en zelfs een project van de US-air force.

Op 17 oktober 1961 werd er een nieuwe fabriek geopend van Industria Rotterdam in Emmen op het industrieterrein de Bargermeer, dit was mede nodig door de opkomst van de fabricage van kunststof, wat een schone omgeving vereiste, wat de fabriek aan de Ceintuurbaan zeker niet was.
De stap naar Emmen had te maken met de flinke subsidies die indertijd werden verstrekt door de provincie om de voormalige veenarbeiders aan het werk te krijgen.
In Emmen kwam een uiterst modern machinepark voor kunststofverwerking. In 1962 kwamen er ook voor het eerste vrouwelijke  medewerksters in dienst.

De kracht van Industria Rotterdam was dat het bedrijf flexibel was, ging het in de scheepsverlichting wat minder, dan was er de binnenverlichting en ging het daar wat minder dan was er de paalverlichting.
Begin jaren 70 werd er een kennisovereenkomst aangegaan met Philips, onder het mom, kennis is macht. In deze tijd was de straatverlichting ook astronomisch gegroeid.

De Heinenoord-, Velser-, Coen- en benelux tunnel zijn in deze jaren door Industria Rotterdam verlicht. Daarnaast werden wereldwijd schijnwerpers en offshore verlichtingsinstallaties geleverd.
Pas in de jaren 70 stagneerde de groei, toen de concurrentie uit het verre oosten explosief toenam.

 

Meer licht voor dezelfde prijs 1972-1986


In de jaren 80 werd de nadruk gelegd op paaltoparmaturen, dit mede door de oliecrisis in waardoor er naar alternatieven werd gezocht. In opdracht van de gemeente Den Haag ontwierp Friso Kramer een onconventionele kegelarmatuur welke door Industria Rotterdam geproduceerd is. Dit werd een groot succes en kreeg in heel Nederland navolging. Veel mensen zullen deze armaturen nog dagelijks tegenkomen op straat.


Scheepslampen produceerde Industria Rotterdam in die jaren bijna niet meer, de complete scheepsvaartsector werd verplaatst naar het verre oosten. Maar sinds de energiecrisis was Industria Rotterdam veel bezig met export en veel export ging naar het Midden-Oosten. Olieraffinaderijen, chemische industrie en plants kregen in die tijd explosievrije verlichting van Industria Rotterdam. De daaropvolgende jaren heeft Industria  Rotterdam over de hele wereld explosievrije verlichting verzorgt.

Ook zijn er vele armaturen geproduceerd voor TL lampen, die in de jaren 80 dunner en energiezuiniger werden. Onder andere de Drechttunnel is voorzien van 3,5 km armaturen van Industria Rotterdam. Ook ontwikkelde en produceerde Industria Rotterdam in deze jaren vandaalbestendige armaturen.

In 1983 werd in de gemeente Amsterdam 25.000, een derde van de straatverlichting, vervangen door Industria Rotterdam armaturen. De straten werden daar nu deels verlicht met PL/DULUX-kegel armaturen. Eind 1983 werd tevens zogenaamde Product-Markt-Coördinatie teams ingesteld om het productontwikkelingsproces te optimaliseren.

In deze tijd werd er ook veel aandacht besteed aan het voorkomen van lichtvervuiling en dus het gebruik van reflectoren.


 

In 1986 werd D. Moerman directeur en eigenaar, de naam werd toen veranderd naar Industria Technische Verlichting BV. In verband met efficiency werd de Rotterdamse productie gesloten en werd alle productie naar Emmen verplaatst. In dit jaar werd ook een mega order voor defensie binnengehaald, de grootste order tot dan toe. Het betrof de complete tentverlichting voor de boogtunnels in het leger.

Binnen de lichttechniek werden in deze tijd de kwaliteiten van kennis en ervaring binnen Industria Technische Verlichting sterker dan voorheen benadrukt. Het leidde ertoe dat Industria Technische Verlichting steeds vaker die kennis ter beschikking stelde. Industria Technische Verlichting was namelijk in staat om voor nagenoeg elk verlichtingsprobleemn een lichttechnisch advies te verzorgen. Gebruikers kwamen niet alleen meer voor een armatuur, maar voor een compleet verlichtingsadvies op maat van Industria Technische Verlichting. 

De oorspronkelijke gieters waren veranderd in pure lichttechneuten, de armaturen werden namelijk in deze jaren voornamelijk gemaakt van kunststof. Metaalbewerking was nog maar een nevenactiviteit van Industria Technische Verlichting.

In 1988 bevond Industria Technische verlichting zich voor het eerste op de Hannover Messe, vele beurzen in het buitenland zouden hierna volgen.  De verlichtingsjaren was tot diep in de jaren 80 een conservatieve markt, het was daarom taak om een goede marketing te bedrijven.

In augustus 1990 verkocht Dirk Moerman het bedrijf aan het Britse bedrijf Whitecroft. Dirk Moerman bleef wel directeur tot 1995. Inmiddels was Industria Technische Verlichting een totaalaanbieder die sterk was in de gehele lichtmarkt. In 1995 werd E.J. van Schaik benoemd tot directeur.


Einde van een verlichtingstijdperk, 1999-2016

In 1999 is er een Management Buy Out geweest waardoor Industria Technische Verlichting weer een zelfstandige onderneming werd, met als belangrijkste financier de investeringsmaatschappij NeSBIC, een onderdeel van de Fortis Groep.

Rond 2001 heeft Evert van Schaik Industria Technische Verlichting verlaten en werd opgevolgd door een interim manager. In 2004 is Richard Schmit toegetreden als algemeen directeur van Industria Technische Verlichting . Richard Schmit heeft in opdracht van NeSBIC vervolgens gezocht naar een overnamekandidaat om een verdere groei te kunnen realiseren.

Dit heeft in 2007 geresulteerd in een overname door het Spaanse Indal Group. Industria Technische Verlichting heeft vervolgens haar stempel weten te drukken op de ontwikkeling van de eerste succesvolle openbare LED verlichtingsarmaturen, eerst met het model de Stela en later met de Luma.

In 2007 waren er in Nederland ongeveer 1 miljoen (van de 3,5 miljoen) openbare verlichtingsarmaturen van Industria Rotterdam/Industria Technische Verlichting. Tevens werden onder andere de A4, de A12 en de A13 verlicht met Industria Technische Verlichting armaturen.
Industria Technische Verlichting had in deze tijd c.a. 300 medewerkers en was goed voor een omzet van 60 miljoen euro. Industria Technische Verlichting was marktleider, vóór Philips, van woonwijkverlichting in Nederland en Groot-Brittannië. In Emmen werden toentertijd 300.000 Industria Technische Verlichting producten geproduceerd. Ook werden 9 van de 10 tunnels door Industria armaturen verlicht. In deze jaren was één van de nieuwe sectoren waar Industra Technische Verlichting zich in bewoog de groeilicht voor de tuinbouw. Philips heeft een lamp van 1000 Watt ontwikkeld en Industria Technische Verlichting een hoogrendementarmatuur. Dit armatuur werd in die tijd in grote schaal in kassen geïnstalleerd.

Mede door het succes van de LED armaturen en de hoogwaardige tunnelarmaturen, werd de Indal Group en Industria Technische Verlichting interessant voor Philips Lighting, wat in 2011 de volledige Indal Group heeft geacquireerd. In 2014 is de fabriek in Emmen gesloten en het merk Industria Technische Verlichting is definitief van de markt verdwenen en opgegaan in Philips Lighting. In mei 2016 werd Philips Lighting naar de beurs gebracht. In mei 2018 werd de bedrijfsnaam van Philips Lighting veranderd in Signify.

Industria weer een sterk merk, 2018-heden

Op 1 mei 2018 is ook Industria Lighting Group B.V. opgericht door Ferry Breeuwer en Richard Schmit, oud medewerker en oud directeur van Industria Technische Verlichting, met als doelstelling om Industria als merk weer terug te brengen waar het in 2011 stopte.

Op dit moment is Industria Lighting Group gestart met de productie van onder andere groeiverlichting voor de professionele tuinbouw zoals Industria Technische Verlichting dat voorheen ook al deed, hiermee hebben ze de eerste grote opdrachten al binnen waardoor het merk Industria Nederland en de rest van de wereld weer zal verlichten. Vanaf 2020 zal Industria Lighting Group zich ook weer gaan laten zien in de markt voor de openbare ruimte.

Industria Lighting wil en zal zich gaan onderscheiden op dat waar Industria Rotterdam groot mee is geworden, de kwaliteit van haar producten. Kwaliteit in de zin van bouwkwaliteit en lichttechnische performance.  Hierbij zal de nadruk gaan liggen het beperken van glare (verblinding en verstrooiing van licht). Waar dit rond 2005 – 2010 nog echt een thema was, lijkt dit met de komst van LED erg naar de achtergrond te zijn geschoven en is er vooral oog voor de lumen/ watt verhouding.

 Er gloort dus weer Industria licht in de toekomstige tunnels.

Voor meer informatie aangaande Industria Lighting Group, klik op onderstaande logo om naar de website van Industria Lighting Group te gaan.


Mochten er in deze tekst incorrectheden of onvolkomenheden zitten of heeft u nog aanvullende informatie aangaande Industria Rotterdam, neemt u dan contact met mij op.

Bronnen:

Industria 1920-1995, Geschiedenis van een verlichtingsfabrikant, Drs. Hans van den Akker
Industria Lighting, Den Haag
Afbeelding Luma, rechtenvrij van Flickr

Alle teksten en beeldmateriaal op die op deze site worden getoond vallen onder het auteursrecht of een andere wettelijke bescherming van intellectueel eigendom.
Deels zijn afbeeldingen en teksten uit de bron Industria 1920-1995 gebruikt. 
Mocht uw naam vermeldt staan in deze tekst en wenst u dit niet, neem dan contact op middels het contactformulier.

De inhoud van deze website mag niet voor commerciële doeleinden worden gekopieerd, gedistribueerd of veranderd; noch mag enige inhoud worden herplaatst op een andere website. Deze website kan tevens afbeeldingen bevatten waarop auteursrechten van derden rusten.